Hoe groot zijt Gij

O heer mijn God wanneer ik in verwondering de wereld zie die U hebt voortgebracht. In deze tijd denk ik terug aan 1973, ik was net drie weken in Israël en moest 27 maanden wegblijven uit Nederland in plaats van militaire dienst. Op Jom Kippoer brak in de morgen de oorlog uit. Van alle kanten werd Israël aangevallen. Jom Kippoer is de grote verzoendag, de dag dat de meeste Joden naar de synagoge gaan. Ik woonde op Nes Ammim wat betekent wonder der volkeren. Wij kregen na twee uur te horen dat we terug naar Nederland konden, het vliegtuig stond klaar in Tel Aviv. Wij kregen een paar uur tijd om te bedenken wat te doen: terug naar het veilige Nederland of blijven in een land in oorlog.Wij kozen massaal in Israël te blijven zodat we tot een voorbeeld konden zijn voor velen. Alle mannen waren naar het front zodat kinderen op tractoren het land op gingen om te werken. In Israël hebben ze dat erg gewaardeerd en hielden na de oorlog veel Hollandse avonden met klompendansen en speciaal uit Holland zoute haring laten komen. Ik heb in die periode God zo sterk ervaren dat Hij achter zijn volk staat en dat Hij het beschermt. Ik moet ook denken aan de preek van Peter over Gideon. Gideon had een leger van maar drie honderd man en God heeft hem de overwinning gegeven. Zo was dat ook in 1973: Israël was die 6e oktober dus op zijn zwakst, en daar maakten de Egyptenaren handig gebruik van. De 100.000 Egyptische soldaten die het Suezkanaal, destijds de westgrens van Israël, overstaken, troffen daar slechts 400 Israëlische militairen aan. Tegelijkertijd viel Syrië, dat in 1973 onder leiding stond van de socialistische dictator Hafez Assad, de vader van de huidige Syrische Bashar Assad, Israël vanuit het noorden aan. Amper 3.000 Israëlische soldaten moesten daar 28.000 Syrische militairen en 800 tanks zien tegen te houden. Israël zat dus enorm in het nauw. Temeer daar Egypte en Syrië militaire hulp kregen van zo ongeveer elk land op aarde, dat communistisch, niet-democratisch of islamitisch was. Marokko, Saoedi-Arabië, Tunesië, Soedan en Koeweit stuurden duizenden soldaten naar Egypte om samen tegen Israël te vechten, Algerije leverde meer dan 150 tanks, de Libische dictator Khaddafi stuurde tientallen straaljagers, de Sovjet-Unie leverde meer dan 400 tanks aan Syrië en Egypte. Zelfs communistisch Cuba en het meest onvrije land op aarde, Noord-Korea, stuurden gevechtsvliegtuigen en piloten om tegen Israël te vechten. Zo waren er legers met in totaal ongeveer 1 miljoen vijandige soldaten samen getrokken tegen Israël, waar destijds 2,5 miljoen Joden woonden. Wij moesten geregeld de schuilkelder in en omdat we overdag in de rozenkwekerij aan het werk waren, moesten we altijd hollen om uit de glazen kassen te komen omdat het gevaarlijk was met al dat glas. Daarna gingen alle vrouwen en kinderen de schuilkelder in en de mannen bleven boven. In de avond keken we gezamenlijk het nieuws en zo wisten we wat voor offers Israël gebracht voor weer een stukje overwinning. God heeft dit land opnieuw beschermd en zo zie ik het ook nu: Hij is meer dan overwinnaar. God heeft het laatste woord en wij kunnen alleen beseffen hoe klein we zijn, ook in deze periode waar we nu in leven.

``Hoe groot Zijt Gij`` is dan wat bij mij blijft hangen en dank God dat ik zijn kind mag zijn.

Henk Abcouwer

15 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven